Author Archive

Nieuwsbrief 2012

De wolf weer in Nederland?

In 1896 is de wolf in ons land voor het laatst waargenomen bij Schinveld (Limburg), nee, dit keer niet geschoten! Ook in landen om ons heen verdween de wolf in de loop van de 19e eeuw. Nu, dankzij de val van het communisme en de val van de muur tussen Oost- en West-Duitsland kreeg de wolf weer een kans zich vanuit Polen in Duitsland te gaan vestigen. Inmiddels zijn er al 6 packs en nog enkele solitaire wolven in Duitsland aanwezig. Sommige Nederlanders, die al jaren lang weer wolven in ons land willen zien, schreven in tijdschriften en kranten al meer dan een jaar geleden “morgen is de wolf weer terug in Nederland!” Zo vlug ging dat dus niet. Bovendien komen er eerst alleenstaande wolven, die op zoek zijn naar een geschikt leefgebied, voordat zij zich gaan vestigen. Dat heb ik tijdens mijn wolvenonderzoek in Portugal kunnen waarnemen. Natuurlijk zal op een goede dag, door uitbreiding van de wolvenstand in Duitsland, de wolf de grens oversteken. Maar ons overbevolkte landje is niet te vergelijken met onze buurlanden waar veel grotere bosgebieden voor een geschikte biotoop zorgen dan in ons land. De wolven, die hier komen, zullen binnen korte tijd zoekend naar een passend leefgebied ons land de rug toekeren bij gebrek aan voldoende en vooral geschikte levensruimte.

Zo werd rond 7 september jongstleden gemeld dat de eerste wolf na 100 jaar weer in Nederland was gesignaleerd. Met een telefoontje waren zelfs foto’s gemaakt. Per e-mail kreeg ik het bericht met de foto’s toegestuurd, maar daaruit kan je echt niet opmaken of het dier werkelijk een wolf is of niet. De “wolf” bij Duiven (Gelderland) was zelfs tot ongeveer drie meter te benaderen, kwam bovendien dicht bij McDonald’s en bij de A12! Dat alleen al maakt het zeer onwaarschijnlijk dat het hier om een echt wilde wolf ging. Later kregen we nog een melding van een mogelijke waarneming op de Veluwe, bij Loenen, maar daarvan is daarna niets meer vernomen. In de Ardennen daarentegen is een filmpje gemaakt van een wolf, die een schaap had gedood en daarmee aan de sjouw ging; dat was bijzonder duidelijk. Om zekerheid te hebben moet je DNA kunnen laten onderzoeken, dus waar wachten we nog maar op. Maar dat de wolf in de buurt is, dat is zeker. Nog even geduld hebben!

Prof.dr. Jan L. Van Haaften

Afstuderen op de eendenjacht in de Gouden Eeuw

Er is onlangs een masterscriptie geschreven over de eendenjacht en de verbeelding daarvan in de Gouden Eeuw. Op het  grondgebied van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd de wilde eend beschouwd als niet-edel vliegend wild; als jachtwild derhalve niet interessant voor de stadhouders en de adel. Daarentegen voorzag de eendenjager, zowel de kooiker als de jager met het geweer in dienst van een landheer, ermee in zijn levensonderhoud. Over het aantal eendenkooien, de vangsthoeveelheden en het aantal jagers ontbreken overigens betrouwbare cijfers. Dat de handel lucratief was blijkt uit de aparte markten voor wild- en gevogelte in de steden. Amsterdam had zelfs een hoender- en vogelkopersgilde. Naast wilde eenden bestond de handel uit vogels die afkomstig waren uit eendenhouderijen en hoenderhoven. De bloeiperiode van de eendenkooi ligt tussen 1550-1650. Rond 1600 was het geweer dusdanig ontwikkeld dat men het steeds vaker als jachtwapen ging gebruiken. Net als bij de vangjacht met de eendenkooi mocht er slechts een beperkt deel van het jaar met het geweer gejaagd worden. Ook het aantal en het soort jachthonden dat een jachtgerechtigde mocht houden was strak gereguleerd.

De jacht op eenden is in de zestiende en zeventiende eeuw afgebeeld op schilderijen, prenten, tekeningen en wandtapijten. In de meeste gevallen zijn de hoogtepunten weergegeven. Bij het kooien zijn dat het kooihondje aan de plas en de verschijning van de kooiker tussen de schermen. Bij de jacht met het geweer is veelal gekozen voor het besluipen, het aanleggen, het schot en het jagen vanuit een bootje. In het licht van de aanzienlijke economische betekenis van de handel in eenden is het aantal afbeeldingen van eendenjagers nogal pover. Opvallend hierbij is bovendien dat de jager met het geweer op schilderijen veel vaker is afgebeeld dan de kooiker terwijl het merendeel van de wilde eenden in kooien werd bemachtigd. De wijze waarop beide vormen van de eendenjacht zijn weergegeven doorstaat de vergelijking met de realiteit van de jacht op eenden meestal maar nauwelijks. De figuur van de eendenjager dient daarom in de meeste gevallen als kleurrijke aankleding van het landschap.

Nienke Latiers-Berrens

De scriptie De werkelijkheid van de eendenjager. Het beroep en de verbeelding ervan in de Republiek is aanwezig in de bibliotheek van het Jachtmuseum.

De auteur, Nienke Latiers-Berrens, is cum laude afgestudeerd in Kunst- en Cultuurwetenschappen. Zij werkt als freelance cultuurhistorisch onderzoeker. E-mail: nienke.latiers@kpnmail.nl.

Eendenkooiboek biedt nieuw verhaal

Er is een bijzondere uitgave verschenen over een even bijzonder cultuurhistorisch erfgoed dat Europa rijk is. Het boek “Eendenkooien in Vlaanderen en Nederland en 7 andere Europese landen” biedt een historisch overzicht van de ontwikkeling van eendenkooien. Voor het eerst wordt een volledig overzicht van de eendenkooien in Europa gepubliceerd, met extra aandacht voor Vlaanderen en Nederland. Populair geschreven maar wetenschappelijk verantwoord en kleurrijk geïllustreerd.  Zo begint het persbericht van de Eendenkooi Stichting, daarvan ben ik voorzitter én ik ben co-auteur van dit boek. Omdat ik ook lid ben van de Vriendencommissie van het Jachtmuseum is mij gevraag een meer persoonlijke kijk te geven op dit boek.

Eendenkooi en kooibedrijf. “Eendenkooiboek biedt nieuw verhaal” is de koptekst van deze bijdrage. Daar zou ik aan willen toevoegen dat dit vanuit perspectief van het jachtmuseum zeker een toevoeging is op de jachthistorie. Op basis van gesprekken, die ik samen met André Verstraeten al in 1989-1995 voerde, met de laatste Vlaamse kooimannen e.a. die actief waren in de eendenkooien, geeft dit boek een compleet beeld van wat een eendenkooi is, hoe het kooibedrijf werkt en het werk van de kooiker. Verder kunt u lezen over vangstcijfers en ringgegevens, de eenden en de natuurwaarden. Maar ook de eendenkooi in kunst en literatuur komen aan bod. De nadruk ligt op Vlaanderen, maar het boek gaat ook in op Nederland. Het is niet voor niets het land waar de meeste eendenkooien zijn gelegen.

Nieuwe historische gegevens. Bijzonder is dat door onze jarenlange Europese zoektocht naar de oudste archiefstukken het verhaal van de eendenkooi en het kooibedrijf dan nu in 2011 geactualiseerd is. De oorsprong van de eendenkooi, de ontwikkeling van vangpijp naar de verschillende vormen van de eendenkooi is hiermee beschreven. Opmerkelijke nieuwe details komen daarbij aan bod. Dat kon alleen maar door veel vrije tijd, vele reizen en goede gesprekken met mooie mensen die zich betrokken voelen bij dit oude vogelvangersambacht. Zonder de inbreng van 134 lokale zegslieden, correspondenten, heemkundigen, fotografen en musea uit negen landen was dit niet mogelijk geweest.

Europees perspectief. De basis van het boek “Eendenkooien in Vlaanderen en Nederland en 7 andere Europese landen” is het Vlaamse eendenkooi verhaal, w.o. een beschrijving van alle 25 Vlaamse eendenkooien. Maar vanuit Europees perspectief! Een globale beschrijving van de Nederlandse eendenkooien maakt er deel van uit. Maar ook de eendenkooien in 7 andere Europese landen komen aan bod. Over dit bijna vergeten landelijk erfgoed is nu een kleurrijk boek met 335 gravures, tekeningen, kaarten en foto’s verschenen.

Het boek is een gezamenlijk uitgave van VZW De Durme (een Vlaamse natuurorganisatie) en de Eendenkooi Stichting. Het boek Eendenkooien in Vlaanderen en Nederland en 7 andere Europese landen is in Nederland daardoor alleen verkrijgbaar bij de Eendenkooi Stichting. Het boek verschijnt naar verwachting eind november en kost € 40,- exclusief verzendkosten (€10,00) Meer informatie vindt u op : www.eendenkooi.net

Bestelwijze:

Te bestellen: onder vermelding van “Voorintekening Eendenkooi boek” door:

-       € 50,00 (per besteld boek) over te maken op rekeningnummer 8079535 t.n.v. Eendenkooi Stichting, Ringoven 26, 3402 SB IJsselstein.

-       Vermeld óók duidelijk uw adres, dit wordt door de banken uit privacy overwegingen niet automatisch doorgegeven.

-       Het boek wordt, na overmaking van het bedrag, per post aan het door u vermelde adres toegestuurd.

Désiré Karelse

Nieuwsbrief 2010

Collectienieuws

Aanwinsten

De heer ir. B.J.E. Litjens, die ook als schenker in de vorige Nieuwsbrief werd genoemd, bracht nog twee – in de collectie ontbrekende type – klemmen voor muskusratten naar het museum. Daarnaast een aantal boekwerken voor de bibliotheek, waaronder Over de geschiedenis van het Deelerwoud, en een drijfstok (ceremonieel gebruik).

Van mevrouw E.H. Timmerman-van der Sleezen ontving het museum een afschrift van een huurovereenkomst uit 1908 van haar grootvader, die het recht om te jagen op alle gronden onder Rhenen en Veenendaal in het bezit van de jonkheren L.U.J.U en F.F.F.Z. van Asch van Wijck voor drie jaar ontving. Een bijzonder document dat de collectie huurovereenkomsten van jachtvelden aanvult!  Voorts schonk mevrouw Timmerman-van der Sleezen een rendiergewei en een kop, hals trofee van een ree. De laatste werd geschoten door haar grootvader voor 1933 waarschijnlijk op het landgoed behorende bij Runsvoort te Hummelo. Een deel hiervan de Breukinkheide is onlangs door Geldersch Landschap verworven.

De Vereniging tot behoud van het Veluws Hert schonk haar vaandel vorig jaar aan het museum. Door naamsverandering in Vereniging Het Edelhert was dit vaandel ‘geschiedenis’ geworden (zie foto).  Het museum is de schenkers zeer erkentelijk!

Wat moet een Jachtmuseum met de schenking van een theepotje (roestvrij staal) uit de inventaris van café-restaurant Royal? Dit chique etablissement, waar de gegoede Arnhemse burgerij graag vertoefde – was in 1934/1935 het decor van een grote Nederlandse Jachttentoonstelling. Dankzij de catalogus van deze tentoonstelling, die in de bibliotheek aanwezig is, weten we dat objecten die toen tentoongesteld werden, nu tot de vaste collectie van het museum behoren. Het gaat hier onder meer om schenkingen van de familie De Beaufort en Pesters. Camille Courbois zou graag meer willen weten over deze  Jachttentoonstelling uit de jaren dertig.  Het theepotje is een tastbare herinnering aan het beroemde café-restaurant Royal te Arnhem. Of het theepotje al dienst deed in die jaren dertig valt te betwijfelen. Het statige Royal, in Art-Deco stijl, werd zwaar beschadigd tijdens de Slag om Arnhem. Na een tijdelijk onderkomen bij cafe Riche (ook aan het Willemsplein) opende een vernieuwd Royal in 1952 de deuren. Definitieve sluiting vond in 1969 plaats.

Kunt u ons helpen bij de zoektocht naar foto’s of ander materiaal van deze Jachttentoonstelling? We zien uw reacties graag tegemoet (Camille Courbois, c.courbois@mooigelderland.nl of 026-3397410).

LK  in samenwerking met Camille Courbois en Marieke Knuijt

Reddingsoperatie in de bibliotheek

Op dit moment is Camille Courbois druk bezig met een reddingsoperatie in de bibliotheek. Alle boekwerken, die ingevoerd zijn in het programma Q&A (in MS-DOS systeem) moeten worden overgezet naar Adlib bibliotheek, een professioneel digitaal registratieprogramma waar de Nederlandse musea mee werken. De boeken zijn toentertijd ingevoerd door de heer Jan Ubert in Q&A en dit programma kan helaas niet op de huidige computersystemen geïnstalleerd worden. Met andere woorden, zou de ‘oude’ Windows 95 computer het begeven dan is de hele bibliotheekregistratie verdwenen…en dat gebeurt hopelijk alleen in nachtmerries!

De bibliotheek bevat zo’n 4000 titels in o.a. Duits, Engels, Nederlands en Latijn. Mede dankzij het goede aankoopbeleid van de voormalig directeur, de heer Tuijn, is het een indrukwekkende wetenschappelijke verzameling geworden, enig in zijn soort in Nederland. De vroegste boekwerken dateren uit de 17e eeuw. Het zijn museumschatten. Wat te denken van het boek Adeliche Weijdwercke. Das ist ausführliche Beschreibung vom Jagen uit 1686 van J. Amman. In dit boekwerk schrijft de auteur in afzonderlijke hoofdstukken, over de ‘outfit’ van de jager, de opleiding van jachthonden, hoe te handelen bij zieke honden; op welke dieren gejaagd wordt en met welke vangmiddelen. In het boek zijn zesendertig prachtige kopergravuren opgenomen.

De auteur benadrukte dat zijn handboek voor een brede doelgroep was: iedere jager, dus ook boeren en burgers konden leren uit zijn Adeliche Weijdwercke.

Het boek is 1971 op de veiling (Beijers) gekocht door de heer Tuijn.

Naast de registratie van de circa 4000 titels in het Adlib-systeem zijn voor een deel de geluidsbestanden (grammofoonplaten, cassettes en geluidsbanden) gedigitaliseerd en op harde schijf gezet. En… zullen in een niet al te verre toekomst de vele films en video’s -  van het museum gedigitaliseerd moeten worden.

De bibliotheek is na telefonisch afspraak te bezoeken: 026-3397410 Camille Courbois.

Camille Courbois/Liesbeth Kortbeek

Bijenstal op kasteel Doorwerth

Op kasteel Doorwerth is 26 september jl. feestelijk de bijenstal geopend. Een plengoffer met mede door druíde Ben Alink en een toost met dezelfde drank door alle genodigden vormde de afsluiting van de bouwfase en het begin van de ingebruikname van de stal door vele duizenden carnica bijen die al vrolijk rond zoemden. Het houten gebouwtje staat in de boomgaard en is gedekt met dakpannen van douglas. Deze pannen zijn gemaakt en gelegd door de afdeling bouwkunde van Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen.

In de zonnige boomgaard hield Jeanine Perryck, hoofd van de afdeling Visie Advies en Kwaliteit van Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen, een toespraak. Zij schetste het belang van de bijenstal voor Doorwerth vanuit cultuurhistorisch oogpunt en als onderdeel van een zelfvoorzienend landgoed. De stal draagt ook bij aan het behouden van de soort. De bestuivende insecten hebben het zwaar te verduren en hun soortenrijkdom en aantallen nemen af. Oorzaken zijn pesticiden, onvoldoende of eenzijdig voedsel door het verdwijnen van bloemrijke graslanden en akkerweiden, ziekteverwekkers als de beruchte Varroamijt maar ook een afnemend en vergrijzend aantal imkers.

Gelukkig kan er op Doorwerth worden samengewerkt met imkervereniging de Korenbloem van de afdeling Renkum/Oosterbeek van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Deze vereniging was mede-initiatiefnemer tot de bouw van de stal. In de stal staan inmiddels acht bijenkasten, waarvan er momenteel vier zijn gevuld met bijenvolken van vaste imker, Otto van den Bent  Met de imkervereniging zal vanaf 2011 ook invulling worden gegeven aan een educatief programma, waaronder natuurlijk rondleidingen naar de bijenstal en diverse andere leuke activiteiten.

De thematentoonstelling van 2011 zal ook de bij tot onderwerp hebben. Op deze expositie zullen tevens diverse voorwerpen die te maken hebben met de imkerij  uit collectie van het Nederlands Jachtmuseum tentoongesteld worden. De expositie is te zien van 25 juni tot en met 25 september 2011.

De bijenstal kon mede dankzij bijdragen van de Provincie Gelderland (ILG: investering Landelijk Gebied), het Prins Bernard Cultuurfonds en de Vereniging Kasteel Doorwerth door Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen worden gebouwd.

Marieke Knuijt, conservator

Internationale erkenning van UNESCO voor de valkerij

De Internationale valkerij is sinds 2007 actief bezig met de erkenning van de valkerij als immaterieel cultureel erfgoed  door UNESCO.

Het grote obstakel voor de Nederlandse erkenning is dat de regering de Conventie van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO van 2003 niet heeft geratificeerd.

Dit betekende voor de Nederlandse valkerij dat zij achter zou lopen als de internationale aanvraag ingediend zou worden. Deze internationale aanvraag is in augustus 2009 ingediend. Elf landen hebben hun aanvraag gebundeld. Op 15 november jongstleden hebben zij op de gezamenlijke vergadering van UNESCO in Nairobi de zo lang verwachte uitspraak gekregen dat UNESCO de valkerij in deze landen als immaterieel erfgoed heeft aanvaard.

Deze uitspraak dient de valkerij als ondersteuning om haar erfgoed te bewaken en te ontwikkelen voor de toekomst. Voor veel landen is deze uitspraak van groot belang als ondersteuning om het erfgoed voor de toekomst te behouden.

In Nederland heeft de valkerij zich actief opgesteld bij de ontwikkelingen omtrent de ratificatie.

Zij hebben de handen ineengeslagen met het Nederlands Centrum van Volkscultuur die als adviserende partner samen met UNESCO het belang van deze Conventie onder de aandacht van het ministerie van OCW heeft gebracht.

Dit kon niet zonder de partners uit het veld. Vele verenigingen hebben belangeloos en met heel veel inzet haar erfgoed naar voren gebracht tijdens het jaar van de tradities in 2009.

Zij hebben laten zien dat Nederland leeft met haar tradities, dat deel uitmaakt van de identiteit, die het Nederlandse volk zo kenmerkt.

In het jaar van de traditie in 2009 hebben ook het Nederlands Jachtmuseum ,GL en GK en de Nederlandse valkerij meegedaan en met veel succes een open dag gehouden over levende tradities. Oud minister Plasterk heeft  tijdens zijn ambtsperiode toegezegd dat hij de Conventie zal ondertekenen. Op dit ogenblik zijn de ambtenaren bezig het document voor te bereiden en zal begin 2011 naar alle waarschijnlijkheid de Conventie geratificeerd worden.

Tula Stapert (secretaris Nederlands jachtmuseum)

aquarel van Johann Sonderland



Zwart reewild

Ja, pikzwarte reeën bestaan werkelijk en wanneer je er één gezien hebt, vergeet je het nooit meer! In 1970 schreef een Duitse bevriende collega van mij, dr. Horst Meyer-Brenken, een boek getiteld: Das Schwarze Rehwild. Hierin beschrijft hij onder andere dat rond het jaar 1100 voor het eerst in de omgeving van Haste (niet ver van Hannover) zwart reewild werd waargenomen. Het gebied is rijk aan moerassen en sommigen denken daarom dat dit van invloed geweest kan zijn op het ontstaan van deze kleurvariëteit; daarom wordt het zwarte ree in Duitsland ook wel Moor- of Sumpfreh genoemd. Langzaam heeft het zwarte ree zich verspreid, vooral in westelijke richting. Ook in ons land heeft met de uitbreiding van het bruine ree, het zwarte ree, vanuit Duitsland, zijn intrede gedaan. In 1985 werd voor het eerst in ons land een zwarte ree gesignaleerd. Daarna heeft het zich vanuit het Oosten verder over ons land verspreid. Tijdens mijn studie naar reewild op de Veluwe heb ik een fiere zwarte bok bijna zeven jaar kunnen volgen totdat hij door stropers werd gedood. Door zijn zwarte kelur een gemakkelijker doelwit dan een ree met de bruine schutkleur. Een tekening van deze bok maakte Rien Poortvliet als omslagillustratie van mijn boekje: Reewild en reewildbeheer in Nederland.

Aanvankelijk was men bang dat de zwarte kleur zou gaan overheersen; vandaar ook dat er jagers waren die het speciaal op de zwarte reeën hadden gemunt. Het bleek echter dat de zwarte kleur niet dominant is. Om een zwart kalf te krijgen moeten zowel de geit als de bok het zwarte “gen”bezitten. Daarvoor hoeven ze zelf niet zwart te zijn! Het is dus heel goed mogelijk dat een roodbruine geit, twee zwarte kalveren zet of zelfs één zwart en één bruin kalf! De zwarte kleur kan alleen door een plotseling opgetreden erfelijke verandering, door mutatie, worden verklaard.

Doordat zwarte reeën vooral in de zomer, slanker lijken dan hun roodbruine soortgenoten denkt men vaak dat zwarte reeën zwakker zijn, hetgeen bewezen is niet waar te zijn. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat gewicht, maten, evenals de geweiontwikkeling van beide kleurvariëteiten zich niet van elkaar onderscheiden. De meeste reewildbeheerders vinden zwarte reeën in hun veld een aanwinst; mede vanwege het feit dat ze gemakkelijk herkend worden, waardoor gegevens over leefgebieden en sociaal gedrag voor het oprapen liggen. Omdat de zwarte kleur bij reeën niet overheersend is variëren de aantallen zwarte reeën van jaar tot jaar en blijven ze een verrijking van onze reewild populatie.

Prof..dr. Jan van Haaften

Uitnodiging lezing:

“Studia venationum. De Koninklijke jacht als indicator van politieke stabiliteit in de negende eeuw”.

verzorgd door prof.dr. Mayke de Jong.

Zondag 20 februari om 14.00 uur in de Jac.Thijssezaal, kasteel Doorwerth

De vriendencommissie van het Nederlands Jachtmuseum nodigt u van harte uit voor de lezing

“Studia venationum. De Koninklijke jacht als indicator van politieke stabiliteit in de negende eeuw” verzorgd door prof.dr. Mayke de Jong, hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis, Universiteit van Utrecht.

Gedurende een dergelijk anderhalve eeuw domineerde de Karolingische dynastie – genoemd naar Karel de Grote (r. 768-814) – het West-Europese politieke toneel. Deze familie had haar oorspronkelijke machtsbasis in de Maasvallei en omgeving. In de jaren 790 liet Karel de Grote een paleis bouwen in Aken, met een prachtige (nog bestaande) kapel naar voorbeeld van San Vitale in Ravenna. Vlakbij lagen de uitgebreide jachtgebieden van de Ardennen, waar de in de herfst de koninklijke jacht plaatsvond. Voor vorsten en aristocraten was dit meer dan tijdverdrijf voor notabelen. Voor de adellijke jongens die aan het hof werden opgevoed, was het hun rite de passage die de overgang van kindertijd naar volwassenheid markeerde; voor de toenmalige elite was deelname een van de duidelijke tekenen dat ze bij de keizer of koning in de gratie waren. uitgenodigd of niet? Maar voor die heerser zelf was de jacht een heel belangrijk aspect van zijn machtsuitoefening; de koninklijke jacht was een barometer van politieke stabiliteit. Dat blijkt uit de grote aandacht die toenmalige annalisten en kroniekschrijvers aan de jacht besteedden. Werd deze overgeslagen, dan heerste er duidelijk crisis in het rijk; werd de jacht het jaar daarop hervat dan was dat een teken dat de vorst de zaak weer in de hand had.

In deze lezing besteedt Mayke de Jong vooral aandacht aan wijze waarop die relatie tussen koninklijk gezag en jacht gestalte krijgt in Karolingische geschiedschrijving.

Aanvullende informatie

Einde programma circa 15.00 uur. Tot 17.00 uur kunt u het kasteel, met  onder meer de vaste presentatie over de geschiedenis van het kasteel, de bewoners, de jacht en de bosbouw, bezoeken.

Entree inclusief bezoek aan kasteel Doorwerth: € 10,00 per persoon; KNJV-leden (op vertoon van lidmaatschapskaart) en begunstigers GL en GK: € 3,00 p.p.; vrienden Jachtmuseum gratis. Reserveren:. via e-mail: jachtmuseum@planet.nl of een telefoontje naar: 026-3342476, b.g.g. 026-3397409 (kasteel Doorwerth, receptie). Het kasteel is op zondagen geopend van 11.00-17.00 uur. Adres: Kasteel Doorwerth, Fonteinallee 2, 6865 ND Doorwerth.

Wij wensen u fijne feestdagen toe en een gezond 2011

Vriendenbrief augustus 2010

Beste vrienden van het Jachtmuseum,

Uitnodiging voor een wildkanselbronsttocht

Jan Verhaaften vertelt wat er dichter bij huis, in de ‘achtertuin’ aan wild te observeren is. Ook wordt de aandacht gevestigd op twee activiteiten rondom en in kasteel Doorwerth.

De Nieuwsbrief met onder meer de collectie aanwinsten, kunt u rond de kerstdagen in uw brievenbus verwachten.

Uitnodiging wildkanselbronsttocht
donderdag 23 september aanvang: 17.00 uur
Natuurcentrum Veluwe bij Ede.

Wij nodigen u uit deel te nemen aan een wildkanselbronsttocht op de Zuidwest Veluwe.

Programma

Om 17.00 uur worden we in het Natuurcentrum Veluwe (Groot Ginkelseweg 2a, 6718 SL Ede) verwacht. Na vertoon van een film over het wild op de Veluwe, vertrekken wij per fiets onder leiding van de boswachter Luc Vos naar de wildkansel de Hindekamp (afstand ca. 2 kilometer). De wildkansel staat op een heuvel in de buurt van een voeder- en drinkplaats…dus grote kans dat wij bronstactiviteiten kunnen waarnemen!!

Tegen de schemering keren we weer terug naar het Natuurcentrum.

Ligging Natuurcentrum

Het natuurcentrum ligt aan een zijweg van de N224 Ede-Arnhem bij hectometerpaal 42.8.

Komt u van Ede dan circa 100 meter na de overgang van de heide in bos (aan de linkerkant) linksaf de Grootginkelseweg op. U volgt de borden “Natuurcentrum Veluwe”, Vanuit richting Arnhem zo’n 300 meter na de herberg Zuid-Ginkel/‘Juffrouw Tok’ de 1e weg rechtsaf de Grootginkelseweg op.

Kosten en deelname

De kosten voor Vrienden van deze wildkanselbronsttocht inclusief film en fiets bedragen € 5,00 per persoon (€ 3,50 tot 12 jaar). Bedrag ter plekke te voldoen.  Niet Vrienden “: € 6,00 p.p.; tot 12 jaar € 4,50

U kunt zich tot 17 september aanmelden bij het secretariaat van de vriendencommissie van het Nederlands Jachtmuseum: tel.: 026-3342476 of per e-mail: jachtmuseum@planet.nl.

Oogstfeest op binnenhof kasteel Doorwerth  26 september

Op zondag 26 september vindt het jaarlijkse oogstfeest op de binnenhof van kasteel Doorwerth plaats. Tijd 11.00-17.00 uur. De toegang is € 1,00 per persoon.

Met een Keltisch openingsritueel wordt het oogstfeest geopend. U kunt producten uit de boomgaard en de moestuin kopen. Ook particulieren en bedrijven zullen die dag hun oogst inbrengen en  biologische wijnen, escargots, jams, sauzen, paddenstoelen verkopen. De imkers van Doorwerth ontbreken niet met hun honing. Er zijn niet alleen producten om van te proeven: de Muziekgroep Krebbel speelt traditionele muziek op een keur aan middeleeuwse instrumenten.

Peter en de wolf     21 en 22 oktober

Een muzikaal sprookje van Sergej Propofjev door de zestien musici van Het Ensemble. Met attributen uit het kasteel wordt dit spannende sprookje op muziek gespeeld en verteld.

14.00 uur, geschikt vanaf 4 jaar. Entree:  € 16,50, vrienden € 15,50. Reserveren noodzakelijk: 026-3397406

Zie voor alle activiteiten op kasteel Doorwerth: www.mooigelderland.nl.

De vriendencommissie

van het Nederlands Jachtmuseum

collectie nieuws

Aanwinsten

De heer B.J.E. Litjens, die ook als schenker in de vorige Nieuwsbrief werd genoemd, bracht nog vijf klemmen voor muskusratten, waaronder twee Amerikaanse ‘stoplos’ klemmen, naar het museum. De vorige bezitter was een oud-collega van de heer Litjens.

Uit de nalatenschap van Antonia Mensink, weduwe van Hendrik Johan Rothman, ontving het museum een aantal bijzondere schenkingen. Het betreft onder meer een unieke hondentoeter van koper en een kruithoorn van koehoorn en koper. De kruitmaat heeft een bijzonder mooi kijkglas. De kruithoorn dateert uit de tijd van de ‘voorladers’ (ca. 1850 geschat). Beide objecten zijn gebruikt op het landgoed Hackfort. Daarnaast een jachtboek waarin vanaf 1813 tot 1852 door A.van Westerholt (baron Arend van Westerholt, heer van Hackfort 1795-1878) de jacht op het landgoed werd bijgehouden.

Bijzonder zijn de schedeldaktrofeeën van reebokken (uit de jaren vijftig van de vorige eeuw), kapitale geweien met mooie parelingen geschoten door de heer Rothman, die toentertijd jachtopzichter op het landgoed Hackfort was.  

Het landgoed Hackfort ligt bij Vorden en bestaat uit een veertiende eeuws kasteel met koetshuis, watermolen, boerderijen in een imposant landschap van boomgaarden, bolle akkers, eikenlanen, houtwallen, bossen en kronkelende zandpaadjes. Na het overlijden van de laatste barones in 1981 viel het landgoed toe aan Natuurmonumenten. Wilt u meer weten over het huis en het landgoed? In 1998 verscheen onder redactie van F. Keverling Buisman het boek ‘Hacfort huis & landgoed’ (uitgave Matrijs, ISBN 90 5345).

Tot slot overhandigde de heer Jan van Haaften na afloop van zijn boeiende lezing over St. Hubertus (8 november) een prachtig koperen St. Hubertus hert. Een interessant detail uit deze lezing: St. Hubertus beschermde de jagers tegen hondsdolheid. Het verhaal wil dat een jongetje gebeten door een hondsdol beest op bedevaart ging naar de abdij van Andain (nu basiliek in Saint-Hubert), waar Sint Hubertus lag. Daar kreeg het jongetje een klein stukje goud op de wond gelegd en hij genas wonderwel. Het goud was afkomstig van de witte sjaal van St. Hubertus. De heilige Hubertus wordt tegenwoordig aangeroepen tegen deze ziekte.

We zijn de schenkers zeer erkentelijk en het is bijzonder fijn dat het museum ook in legaten vernoemd wordt!

Camille Courbois/Liesbeth Kortbeek